Deze plek heb ik een tijdje links laten liggen. Voorrang gegeven aan ander schrijfwerk, wie weet daarover later meer.
Een bijkomende reden voor de radiostilte was dat mijn grootste honger was gestild om naar pen of toetsenbord te grijpen om anekdotes uit het kleine leven op te tekenen. Verdwenen was de gretigheid om me te mengen in het veelstemmige online koor van persoonlijke ontboezemingen, bijdehante beschouwingen en stellige meningen. Zelfs de lust om me op fluistertoon met woorden te manifesteren was me vergaan.
Was bovendien niet alles al gezegd, trad ik niet in herhaling? Deze vraag klonk steeds nadrukkelijker in mijn hoofd.
Het laatste deel van de bespiegeling die mijn verhalen deed stokken, bestond hieruit: was het me niet te veel te doen om de dopamineshots en had ik geen last van verslavingsverschijnselen? Zo zijn sociale media immers ontworpen: je plaatst iets. Je verwacht reacties (dopamine). Je krijgt waardering. Het effect ebt weg. Je zoekt opnieuw naar nieuwe reacties of plaatst nieuwe stukjes (weer dopamine).
Je gaat het pas zien als je het doorhebt en dat deed mijn pen haperen. Niks geschreven over anekdotes die voorheen gegarandeerd de ballotage waren gepasseerd. Over dochterlief bijvoorbeeld die een keer opmerkte dat mijn woorden uit de pas liepen met de tijd waarin we leven. En dat het misschien tijd werd voor een nieuw schriftje. Een boekwerkje waarin dit keer haar broer en zij de komische versprekingen van hun ouders zouden boekstaven.
De gekantelde tijd – pay back time - want zo’n schriftje hielden papa en mama vroeger bij van uitspraken van hun zoon en dochter in hun peuter- en kleutertijd. Filosofische beschouwingen - ‘Ik wil een luikje in mijn hart want dan kan ik met de dieren praten’ - en grappige verhaspelingen – ‘voorgolde’ in plaats van volgorde.
Maar ik het schreef het dus niet op. Radiostilte.
Totdat iemand me een bericht stuurde. ‘Ik mis je verhalen.’
Evengoed weer in de pen geklommen. Dopamine. Ben ik er toch weer ingetuind.
Reactie plaatsen
Reacties